De uitbreiding van het hoogspanningsstation bij Langerak gaat de komende jaren veel betekenen voor het gebied. Dat roept niet alleen vragen op over de gevolgen voor de leefomgeving, maar ook over wat daar tegenover staat. GBD stelde daarom na het zomerreces vragen aan het college. Uit de antwoorden blijkt dat er in de toekomst mogelijk €3 tot €6 miljoen beschikbaar kan komen voor investeringen in de omgeving.
Waarom stelde GBD vragen?
Het kabinet heeft landelijk €197 miljoen beschikbaar gesteld voor gebiedsinvesteringen rond grote hoogspanningsprojecten. Het hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak wordt de komende jaren fors uitgebreid. Hoewel het station binnen de gemeente Bronckhorst ligt, kunnen de gevolgen van de uitbreiding ook aan de Doetinchemse kant worden ervaren.
Voor GBD was dat reden om het college te vragen wat deze landelijke regeling voor Langerak en omgeving kan betekenen. En vooral: als er straks geld beschikbaar komt, hoe zorgen we er dan voor dat dit terechtkomt bij het gebied en de inwoners die daadwerkelijk met de gevolgen te maken krijgen?
Mogelijk €3 tot €6 miljoen
Uit de beantwoording blijkt dat het project Doetinchem-Langerak op dit moment nog niet op de landelijke lijst voor gebiedsinvesteringen staat. Volgens het college kan dat veranderen wanneer het (ontwerp)projectbesluit wordt genomen. Naar verwachting gebeurt dat in 2027 of 2028.
Hoeveel geld vervolgens beschikbaar kan komen, hangt af van de uiteindelijke situatie. Voor de uitbreiding van een bestaand station geldt een maximumbedrag van €3 miljoen. Wanneer het project als een nieuw station wordt aangemerkt, kan dit oplopen tot maximaal €6 miljoen. Op dit moment is nog niet duidelijk welke situatie voor Doetinchem-Langerak van toepassing zal zijn.
Het gaat dus nadrukkelijk nog niet om geld dat al is toegezegd. Maar met zulke bedragen in het vooruitzicht vindt GBD het belangrijk om hier nu al aandacht voor te hebben.
Inwoners moeten kunnen meebepalen
Voor GBD is geld alleen niet het belangrijkste. Het gaat er uiteindelijk om wat er met dat geld gebeurt en wie daarover mee kan praten.
De antwoorden van het college geven op dat punt een belangrijk aanknopingspunt. Om gebruik te kunnen maken van de regeling moet een participatieplan worden opgesteld. Daarin moet worden vastgelegd hoe direct omwonenden en andere betrokkenen worden betrokken bij de keuze voor gebiedsinvesteringen. De uiteindelijke keuzes worden vervolgens opgenomen in een bestedingsplan.
Dat sluit aan bij wat GBD belangrijk vindt: inwoners moeten niet alleen de gevolgen van grote ontwikkelingen in hun omgeving ervaren, maar ook daadwerkelijk invloed hebben op investeringen die bedoeld zijn om die leefomgeving te versterken.
Doetinchem en Bronckhorst samen aan zet
Omdat de gevolgen niet stoppen bij de gemeentegrens, is samenwerking met Bronckhorst belangrijk. Beide gemeenten geven aan al ambtelijk en bestuurlijk contact te hebben en erkennen dat de vernieuwing en uitbreiding van het station gemeentegrensoverschrijdende gevolgen kan hebben.
Specifiek over de nieuwe regeling heeft na de publicatie in juli nog geen nader overleg plaatsgevonden. Het college geeft wel aan dat Doetinchem en Bronckhorst hierover met elkaar in gesprek zullen gaan.
Ook zijn er al contacten met inwoners uit Langerak en wordt gekeken hoe een blijvende overlegvorm met voldoende draagvlak kan ontstaan. Volgens het college kunnen deze contacten later ook worden benut bij het proces rondom de gebiedsinvesteringen.
GBD blijft Langerak volgen
Voor GBD zijn de antwoorden een eerste stap. Er is nog veel onzeker: over de uiteindelijke locatie, over de kwalificatie van het project en daarmee over de hoogte van een eventuele gebiedsinvestering.
Juist daarom willen we er op tijd bij zijn.
Als inwoners de gevolgen van deze ontwikkeling ervaren, vinden wij dat zij ook moeten kunnen meeprofiteren én meebepalen hoe er in hun leefomgeving wordt geïnvesteerd.
GBD blijft de ontwikkelingen rond Langerak daarom volgen en zal waar nodig opnieuw vragen stellen.
